Sports

‘Ze hebben daar vaak niet eens elektriciteit of een toilet’



Donderdag, 21 april 2022 om 23:45

Chris Meijer




• Laatste update: 11:42

Voetbal kan in veel gevallen een hulpmiddel in minder bedeelde landen of gebieden vormen. Irene de Jong (56) – in het dagelijks leven werkzaam als jeugdsportcoördinator en coördinator aangepast sporten bij de gemeente Baarn – trok de afgelopen jaren als vrijwilliger naar afgelegen dorpen in India en Gambia om daar met voetbaltrainingen aan meisjes ontwikkelingswerk te verrichten. Dit is haar verhaal: hoe met behulp van voetbal duizenden kilometers verderop een levensgroot verschil gemaakt kan worden in een (kinder)leven.

Door Chris Meijer

“Ik wilde van kinds af aan al voetballen. In mijn tijd was dat nog not done als meisje. Op de basisschool voetbalde ik met de jongens op straat, maar dat was natuurlijk niet wat ik wilde. Ik wilde meedoen om het echie, dat kon pas vanaf de brugklas. Ik ben begonnen met voetballen in een meisjesteam bij SV Eemnes. Toen ik naar de ALO ging, ben ik naar Buitenveldert gegaan. Dat was de place to be als je als vrouw wilde voetballen. Ik kwam meteen in het eerste, dat speelde destijds op het hoogste niveau. Ik was al zo fanatiek dat ik probeerde om het meisjes- en het vrouwenvoetbal groter te trekken, bijvoorbeeld door op scholen langs te gaan met gratis trainingen in de gymles. Om te laten zien dat meisjes óók konden voetballen en het te promoten. In die tijd hadden we het er al over waarom Ajax, Feyenoord en PSV geen vrouwentak hadden. We werden heel hard uitgelachen, terwijl dat nu heel normaal geworden is.

Uiteindelijk heb ik me ook in India en Gambia kunnen inzetten voor het meisjesvoetbal. Mijn vrijwilligerswerk met kinderen en sporten in het buitenland is eigenlijk ooit begonnen door een collega, die oorspronkelijk uit Turkije kwam. Zij kende een weeshuis in Istanbul, vertelde dat die kinderen helemaal niks hadden en vond dat ik op de kinderopvang in Baarn zoveel leuke en goede dingen deed. ‘Waarom doe je dat niet een keer voor de kinderen in dat weeshuis?’, vroeg ze. Nou ja, daar heb ik een tijdje mee in mijn hoofd rondgelopen. Hoe ga je dat doen? Maar achteraf is dat de start geweest van mijn vrijwilligerswerk buiten de landsgrenzen. Ik was bij wat bedrijven en winkels langsgegaan met de vraag of ze wat wilden sponsoren voor de kinderen in het weeshuis. Al met al had ik ruim honderd euro, wat ballen en een slaghout bij elkaar, dat kon ik meenemen als bagage. We hebben daarmee, en een touw dat we ergens gevonden hadden, een sportdag georganiseerd. En met het geld dat we ingezameld hadden, hebben we een lunch verzorgd. Nou, ze waren daar zó blij mee. Toen dacht ik: jeetje, je kan met zo weinig een grote impact hebben op kinderen. Daardoor wilde ik het eigenlijk wel vaker doen en is mijn vuurtje voor de minderbedeelde kinderen wereldwijd gaan branden.

De Jong met Deepak Sharma, secretaris van de voetbalbond van Himachal Pradesh en tevens functionaris voor de Indiase voetbalbond.

Ik ben een half jaar later op eigen initiatief naar een bergdorp in het midden van Marokko gegaan sportdag te organiseren en had hockeysticks, trainingspakken, ballen, van alles en nog wat mee in een volgeladen busje. Een paar jaar later heb ik vanuit mijn werk sportactiviteiten georganiseerd voor vluchtelingen uit Syrië. We zijn gaan voetballen op het Cruyff Court in Baarn. Ook met meiden, die dat nog nooit of zelden gedaan hadden. Toen merkte ik opnieuw dat ik het erg leuk vind om vrouwen en meisjes daarmee te laten kennismaken. Dat had op hen zo’n positief effect, dat was geweldig om te ervaren en uiteindelijk kwam ik via LinkedIn in contact met een man die vroeg of ik dat in India wilde komen doen. Hij kende Deepak Sharma, de secretaris van de voetbalbond van Himachal Pradesh die iets met meisjesvoetbal ging doen. We hadden via WhatsApp contact gehad en hij had zoiets van: kom maar, dan zien we wel. Ik had duidelijk gemaakt dat ik officieel geen voetbaltrainer ben, maar door mijn achtergrond en plannen vond hij me de perfecte persoon. Ik vond het wel spannend om als vrouw alleen naar India te gaan, maar ik heb het gedaan en het was fantastisch.

Himachal Pradesh ligt in het noordwesten van India, echt enorm afgelegen. Ik had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord, maar in dat gebied waar Deepak woont en werkt komt normaal gezien nooit een buitenlander. Als je daar 30 of 35 kilometer moet rijden, ben je 4 uur onderweg. De voetbalacademie van Deepak zit in Khad, een gehucht bij Una. Het is nog een traditioneel boerengemeenschap waar weinig tot geen voorzieningen waren. Bij de lokale school was die academie opgericht. Er lag een groot zandveld achter die school, met misschien nog een paar plukjes gras. Over dat veld liep diagonaal een smal zandpaadje en als ik daar bezig was, kwamen er mensen op een scootertje, een fiets of een ezel dwars door alles heen. Dat was de enige weg. In Nederland is een voetbalveld heilig, maar daar staat voetbal onderaan de ladder. India is sowieso meer een cricket- en hockeyland, voetbal is niet zo belangrijk. Ze vinden voetbal zeker wel leuk, maar er is weinig aandacht of in ieder geval weinig geld voor. Wat er was, was heel basaal.

Ik begon daar met een groep van zo’n dertig meiden. Voor die groep waren er alleen maar twee of drie ballen beschikbaar. Dus je kunt je voorstellen dat veel trainingen daar normaal gesproken op conditie gericht zijn, simpelweg omdat er geen ballen beschikbaar zijn. De tweede en derde keer dat ik naar India ging, had ik gezorgd dat ik geld voor aanschaf van nieuwe ballen had meegenomen. Maar de eerste keer moest ik de trainingen daar heel erg op aanpassen, je kunt heel weinig individueel of met veel balcontacten trainen. Dus alles wat ik de eerste keer thuis in Nederland van tevoren bedacht had, heb ik verscheurd. Ik moest ter plekke zien wat haalbaar was, dus ik heb me gericht op aannames en techniek. Een bal op de borst aannemen, bijvoorbeeld. Dat was best lastig, ook vanwege de taal.

De meisjes van de voetbalacademie van Khad tijdens het bezoek van De Jong in 2016.

Eigenlijk spraken ze alleen Hindi. Yes, madam, no, madam en good morning ging nog wel, al zeiden ze ook nog good morning als het midden in de nacht was. De leeftijd die ik had, waren meiden van zes of zeven tot twintig. Van die oudere meiden verwacht je wel dat ze Engels praten, omdat ze dat op school leren. Maar je merkt dat ze weinig Engels leren. En ik kreeg in de gaten dat ze geen Engels willen leren, omdat het voor de Indiërs de taal van de onderdrukker is. Ik had een paar woorden Hindi geleerd, dus ik kon wat kleine dingen duidelijk maken en met lichaamstaal kwamen we ook een heel eind. Die meiden waren in het begin heel schuchter, maar gaandeweg braken ze open. Je zag ze heel veel plezier én zelfvertrouwen krijgen, ze boekten echt vooruitgang. En toen ik voor de tweede en derde keer terugkwam, begonnen ze uit zichzelf weer met de oefeningen die ik met ze gedaan had. Dan merk je ook dat het voor hen heel bijzonder geweest is, het bleef hangen.

In het begin werd er een beetje lacherig gedaan over voetballende meiden, want de mannen en de jongens waren toch veel belangrijker. Ik heb zelf ook meegemaakt dat ik door mannen of jongens van het veld gestuurd werd, waardoor ik op een strookje met nog meer zand en nog minder gras mijn training ben gaan geven. De mannen en de jongens hadden altijd voorrang op de meisjes. Het was al bijzonder dat ik daar als Nederlander was, maar eigenlijk al helemaal dat ik vrouw was. De eerste twee weken werd er gewoon over mijn hoofd heen gepraat als ik met andere mannen was. Ik heb zelfs meegemaakt dat mannen een vrouwelijke burgemeester lieten zitten, terwijl zij de hoofdgast van de avond was. Het is een hele andere omgeving en sfeer met een enorm verschil in mogelijkheden en rechten voor mannen en vrouwen.

Dankzij verschillende sponsoracties reisde De Jong met onder meer nieuwe tenues en ballen af naar India.

Elke ochtend kwamen die meiden voor ze naar school gingen naar het veld, zo rond half zes of zes uur. Dan gaf Deepak ze conditietraining, in het donker. Hij had een auto, daarmee kon hij de boel verlichten. Na school gaf ik techniektraining, bij het laatste uurtje daglicht. Kan je nagaan wat ze ervoor overhebben om te kunnen sporten. Als we terug liepen in de schemer, zag je die meiden bij hun huis meteen naar de koeien of de akkers lopen. Want ze moesten meteen helpen in het huishouden. Ze doen het allemaal, want het is al heel bijzonder dat ze buiten school weg mogen zijn om te voetballen. Kijk, het is bijvoorbeeld niet vanzelfsprekend dat je WI-FI hebt, want er is vaak niet eens elektriciteit of het valt geregeld uit. Of toiletten, mensen gaan serieus in de rivierbedding zitten om hun behoefte te doen. Mensen zijn met hele andere dingen bezig dan wij in Nederland, ze zijn letterlijk aan het overleven.

Deepak deed bijna alles in zijn eentje, maar er zijn vrijwel geen middelen beschikbaar. Het is best bijzonder, want hij is een hooggeplaatst persoon en speelt ook een rol bij de voetbalbond van India. Maar hij woonde in een piepklein huisje, met een houten bed, wat plastic stoeltjes en een kast erin. Hij was de enige die opkwam voor die meiden en dacht: als ik de academie op een hoger niveau kan krijgen, kunnen die meiden zich in de kijker spelen en een beurs krijgen voor een goede opleiding. Dat is overigens niet zo makkelijk, want ze spelen geen competities. Daar is alles te ver weg voor. Ze organiseren bijvoorbeeld wel toernooien met allerlei staten in India, die komen voor een week vanuit het hele land naar één plek. Met de bus of de trein, soms is dat zelfs drie dagen reizen. Wie zich in de kijker speelt, kan proberen hogerop te komen. Het is een heel ander systeem dan wij kennen. Ook omdat sommige gedeeltes heel arm zijn. In het zuiden van India is het voetbal al op een veel hoger plan, zeker voor mannen en jongens.

Een training van De Jong in Gambia.

Maar wat ik me toen nog niet realiseerde, was dat mijn komst heel belangrijk was voor Deepak. Hij kon zeggen dat er een vrouw in Nederland zijn voetbalproject ondersteunde. Dat had impact, ze wisten toen ik terugkwam dat ik van het meisjesvoetbal was. Ik word nu nog steeds benaderd door mensen uit India met de vraag of ik naar hen wil komen. Ik heb in de coronatijd een aantal keer gehad dat ik uitgenodigd werd voor een digitale meeting. Dan stuurde Deepak me een berichtje: ‘Kan dat?’ Ik zat dan als enige vrouwelijke niet-Indiër tussen allerlei hooggeplaatste mensen om te vertellen dat ik meisjesvoetbal belangrijk vond, dat had enorm veel impact. Het grappige is dan ook wel dat ze daar niet gewend waren aan Zoom-vergadering. Er liep bijvoorbeeld iemand ondertussen tussen de koeien. Ze konden niet binnen zitten, want daar was de verbinding te slecht. Maar je moet het vergelijken met een bestuursvergadering van de KNVB, daar zit iedereen netjes in pak aan tafel. Daar lopen sommigen gewoon in een onderbroek en hempje door het huis.

Ik ben nog twee keer terug geweest naar India. Dan hield ik van tevoren inzamelingsacties en van dat geld kocht ik bijvoorbeeld ter plekke schoenen en trainingsmaterialen, want die hadden ze bijna niet. Ik kwam in die tijd via LinkedIn in contact met Ron Brouwer, de oprichter en voorzitter van Football Unlimited Netherlands (FUN) Foundation. Hij vroeg me of ik me bij de FUN Foundation wilde aansluiten. Zij deden een beetje hetzelfde in het dorp Aljamdu in Gambia: voetbaltrainingen geven, voetbalspullen brengen. India en Gambia leken mij heel verschillend, maar ik vond het heel bijzonder om daar ook iets in te doen. Behalve het voetbal hadden ze namelijk het doel om een school te bouwen in het dorp. Tot dan moesten de kinderen een heel stuk lopen, over een stoffige weg in de hitte. Daardoor gingen heel veel kinderen niet naar school. Ik ben nu vier jaar verbonden aan de FUN Foundation als vrijwilliger, ambassadeur en secretaris en sinds drie jaar zijn we nu daadwerkelijk bezig met de bouw van de school. Er moeten twee schoolgebouwen met drie lokalen en een lerarenkamer komen. Een van die gebouwen is al in gebruik en het tweede is in de laatste fase. Er is ook een waterpomp geslagen en er zijn zonnepanelen geplaatst, zodat de school zelfvoorzienend kan worden. We hopen dat we in de nabije toekomst er ook voor kunnen zorgen dat er in ons vervolgproject zonnepanelen en elektriciteit kan worden aangelegd in het tweede schoolgebouw, het schoolplein geëgaliseerd kan worden en er wat meer standaardvoeding en schoolmaterialen zijn.

Het meidenteam van Aljamdu.

Qua faciliteiten zijn India en Gambia te vergelijken: een wat we in Nederland een knollenveld zouden noemen, ze lopen vaak nog op blote voeten, oude kleding. Er zijn gewoon weinig voorzieningen, je hebt geen kleedkamer, geen tribune of zelfs geen net tussen de doelpalen. De trainer Wally, de contactpersoon van de FUN Foundation is in dat dorp Aljamdu ook de onderwijzer, hij geeft alle trainingen. Alle spulletjes heeft hij bij zijn huisje staan, want je kunt het nergens achterlaten. De manier waarop er gekeken wordt naar vrouwen en meisjes is in Gambia alleen totaal anders, ze doen daar in principe gewoon mee in de maatschappij. Het is heel normaal dat meisjes en vrouwen voetballen en naar school gaan. Het vrouwenvoetbal is heel erg aan het opkomen in Gambia. Ik heb contacten bij het nationale team en ik weet dat er in meerdere dorpen veel aan gedaan wordt om te investeren. Het is een goede stap vooruit dat dit gezien en herkend wordt. En Gambia is kleiner dan India, waardoor de mensen vanuit de dorpen in het binnenland makkelijker in de relatief rijkere gebieden kunnen komen. Dat biedt perspectief voor de toekomst!

Het is onze droom dat er in Aljamdu een kunstgrasveld komt, maar dat zijn kosten… Daar hebben we grote sponsors voor nodig. Dat is lastig, ook door corona. We hopen dat als ooit die grote zak met geld gaat komen, we het voetbalterrein kunnen aanpakken. Ik heb weleens gesprekken gehad met mensen van de KNVB. Maar ik durf niet te hopen dat het ooit gaat lukken. Het zou leuk zijn als het ooit opgepikt wordt. Er zijn immers heel veel dingen en projecten. Je (denkt à hoopt dat wanneer je zelf ergens warm voor loopt, iedereen je moet en zal helpen. Maar er zijn heel veel andere projecten, mensen moeten kiezen. Het voordeel is dat bij mijn projecten alle euro’s naar India of Gambia gaan, er blijft niets hangen. Je investeert direct in de economie ter plaatse, dat is de beste situatie. Het is gewoon heel belangrijk en voetbal kan zo écht een hulpmiddel vormen.”





Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.

close