Politics

De vechtscheiding 103: ’Wat fluisterde die dj in jouw oor?’ | Seks & Relaties



Kiezen

Ik voel alle ogen op mij gericht. Natuurlijk wil ik niet dat Storm echt kiest, maar ik wil dat de kinderen zich realiseren dat ik het ook zwaar heb nu zij mijn relatie met Samuel afkeuren. Ik heb ook pijn van de scheiding en moet worstelen om voor mijn gezin een net bestaan op te bouwen in de puinhoop waarin hun vader ons heeft achtergelaten. Als ik ondanks dat alles toch een prachtig feest voor hen weet te organiseren, dan mogen ze daar weleens een beetje dankbaar voor zijn. En niet om het minste of geringste de kant van Bas kiezen.

Lente schiet overeind en slaat een arm om haar kop grotere broer: „Wat zeg je,” vraagt ze me scherp. „Ik zei dat hij best met papa mee mag gaan. Die heeft volgens hem toch overal gelijk in.” „Niet doen”, fluistert Storm. „Alsjeblieft niet doen.” „Jawel”, zeg ik. „Ik ben het zat. Papa bedondert ons al jaren en dat vindt iedereen oké. En als ik dan eindelijk geluk vind dan gunnen jullie mij dat niet en wordt er meteen gezeurd.”

Door het lint

„Hij zeurt niet. Het ging over het schuurtje, niet over je relatie. Of moet ik zeggen: relaties?” zegt Bas en hij knikt met zijn hoofd richting de dj. En dan ga ik door het lint. Ik vloek en tier als een bootwerker. Die triomfantelijke kop van Bas werkt op mij als een rode lap op een stier. Waar bemoeit hij zich mee? Ik pak het eerste wat ik voor me zie liggen en smijt het naar zijn kop. Hij bukt en de kom gazpacho mist zijn doel. Dan gooi ik het Turkse brood. „Rot op”, krijs ik terwijl ik de bak met humus grijp. Bas pakt zijn jas en slaat zijn arm om de kinderen. Nog even werpen die een twijfelende blik op mij. Dan gaan ze samen met Bas en Sara naar buiten.

Ook de andere gasten pakken hun jassen en vertrekken. De laatste die weggaat is de dj. Hij buigt zich naar me toe en fluistert in mijn oor: „Goed bezig, Anouk.” Ik blijf achter met Samuel. Opeens voel ik me heel naar en koud worden. Ik zie de koppies van de kinderen weer voor me en hoor Storm „Alsjeblieft niet doen,” fluisteren. Die herinnering is als een hand die mijn maag vastpakt en omdraait. „Dit wilde ik niet”, snik ik en laat me tegen Samuels borst vallen. Die klopt me bemoedigend op mijn rug. „Natuurlijk niet.”

„Ik wilde dat ze voor mij kozen.”

„Ja, dat begrijp ik.”

„Arme kinderen.”

„Tja.” Dan blijft het even stil. Samuel klinkt gereserveerd. Ik kijk op naar zijn gezicht. Hij kijkt mij vragend aan: „Wat bedoelde Bas met ’relaties’ en wat fluisterde die dj in jouw oor?” „Nou niets. Bas ziet altijd spoken. Ik weet het ook niet”, hakkel ik. Samuel went zijn blik af. Dan laat hij me los en zegt. „Bel maar als je het wel weet.” Door mijn tranen heen zie ik ook hem vertrekken.

Scherven

De rest van de week ben ik bezig met alle scherven van het feestje weer op te ruimen. Ik begin met een half uur op mijn hoofd staan zodat ik een fris hoofd heb. Dan haal ik diep adem en bel Samuel. „Ik mis je”, begin ik met een klein stemmetje. „Dit is niet het moment om grappig te doen, Anouk,” antwoordt hij nors. „Sorry, ik weet het.” Er valt een stilte. „Ik wil geen ruzie met je”, probeer ik. „Mooi. Vertel dan maar waar Bas op doelde.” Het moment van de waarheid: „Bas doelde op het personeelsfeestje van het makelaarskantoor waarop de dj draaide”, begin ik voorzichtig. Samuel humt aanmoedigend. „En toen heb ik misschien een beetje te intiem met hem gedanst.” Samuel barst in lachen uit. „Oh, is dat alles?” In een flits overweeg ik hem de rest van het verhaal ook te vertellen, maar zijn lach is zo aanstekelijk dat ik het hou op: „Ja. Dat is alles.”

Aan de kinderen heb ik een hardere dobber. Op maandag maak ik hun lunchtrommels klaar, maar niemand komt ze ophalen. Op dinsdag breng ik de gewassen voetbalshirts naar de club. Ik vraag naar Storm, maar de kantine-ouder haalt de schouders op: „Nog niet gezien. Zet de tas maar in de kleedkamer.”

Woensdag grijp ik naar rigoureuzere middelen: junkfood. ’Vanavond rondje snackbar?’ app ik in de familie-app. Het blijft stil. „Kun je de kinderen vragen mijn appjes te beantwoorden?” app ik naar Bas. „De kinderen zijn hier niet”, antwoordt hij. Dat dacht ik al. Natuurlijk kiezen ze na één misstap van mij niet meteen voor hem. Ik bel hem meteen. „Waar zijn ze dan?” Bas zucht. „Dat moeten ze je zelf vertellen.”

„Dat is nogal moeilijk als ik ze niet te pakken krijg.” Bas zucht nog dieper. „Ik vraag of ze contact met je opnemen.”



Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.