Politics

Bart Collard – Polarisatie is een onduidelijk en potentieel gevaarlijk toverwoord


Polarisatie is al ruim vijftien jaar een toverwoord binnen de overheid. Eind december 2021 stelde Jason Walters een belangrijke vraag erover op Twitter:

Om op de vragen van Walters in te kunnen gaan, dient eerst duidelijk te zijn wat polarisatie is. Al jaren ageer ik voor een duidelijke definitie van die term, en stel ik vragen over de toegevoegde waarde ervan. In dit artikel zal nader worden ingegaan op ‘polarisatie’.

Doneer aan TPO

In 2006 schrijft de AIVD dat polarisatie “zowel positieve als negatieve aspecten in zich [draagt]”. Op de website van de AIVD is overigens geen definitie van de term te vinden. Wel is er het Actieplan Polarisatie en Radicalisering 2007-2011 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waar ook de AIVD onder valt. In dit document wordt polarisatie gedefinieerd:

“Polarisatie is de verscherping van tegenstellingen tussen groepen in de samenleving die kan resulteren in spanningen tussen deze groepen en toename van de segregatie langs etnische en religieuze lijnen.”

Deze definitie benoemt niet de positieve aspecten van polarisatie waarop de AIVD in 2006 wees. In het daaropvolgende jaar lijkt ook de AIVD de term plots voor een negatief fenomeen te gebruiken. In 2007 noemde de AIVD polarisatie namelijk “ontwrichtend (…) voor de samenleving en de democratische rechtsorde”. In de daarop volgende jaren verschijnen er meerdere rapportages waaruit blijkt dat polarisatie schadelijk is, of kan zijn, voor onze samenleving, hoewel niet heel duidelijk wordt wat de AIVD eronder verstaat.

Op de website van de NCTV is wel een definitie van polarisatie te vinden:

Het benadrukken van tegenstellingen in de samenleving, met als gevolg dat groepen verder van elkaar verwijderd raken en spanningen toenemen. De overheid ziet het, volgens de NCTV, als een doelstelling om “polarisatie en de effecten ervan tegen te gaan”. Maar is dat, gelet op de definitie van de NCTV, eigenlijk wel wenselijk?

Vanuit het perspectief van de overheid is het enigszins begrijpelijk dat zij zulke polarisatie wil bestrijden. De overheid probeert de veiligheid en vrijheid van burgers zoveel mogelijk te garanderen. Maar als spanningen zo ernstig toenemen dat zij wellicht op enig moment tot geweldplegingen zouden kunnen leiden, dan moeten we de oorzaak van die spanningen aanpakken. Toch? Maar de vraag is wat die oorzaak is.

Lees meer van Bart Collard

De oorzaak voor die spanningen is namelijk niet dat mensen tegengestelde opinies hebben. Of dat mensen ernstig overtuigd zijn van hun eigen gelijk en in het debat geen water bij de wijn doen – in een land dat gewend is om voortdurend te polderen is dat wellicht eng en frustrerend. De oorzaak is ook niet dat mensen voortdurend hun opinies benoemen en veelvuldig herhalen.

Een samenleving waarin mensen allerlei verschillende, tegengestelde, opinies hebben en die voortdurend ventileren – hoe noem je zo iets? De oude Grieken zouden spreken van een democratie. Afshin Ellian stelt terecht:

“Politiek (…) impliceert de polarisatie en verdeeldheid.” En: “De depolitisering barbariseert de publieke ruimte en de burgers ervan.”

Een samenleving die geen scherpe, sterk botsende opinies onder haar burgers tolereert is geen democratie. Sterker nog, de overheid die zulke opinies bestrijdt omdat ze polariserend zouden zijn is daarmee zelf antidemocratisch.

Daarmee stel ik overigens niet dat de uitingsvrijheid absoluut zou moeten zijn. Van bepaalde gedragingen, zoals meineed of het oproepen tot geweld, is goed te verantwoorden waarom zij strafbaar gesteld zouden moeten zijn. In zulke gevallen kan er een opsporingsonderzoek plaatsvinden. In een open samenleving zou een rechter zich echter zo weinig mogelijk moeten bemoeien met uitingen. Daarnaast moet de overheid alert zijn op individuen of bewegingen die onze samenleving existentieel bedreigen. Om daar tijdig zicht op te krijgen is primair geen opsporing maar inlichtingenwerk nodig. Naar aanleiding van inlichtingen kunnen dreigings- of risicoanalyses worden verricht. De democratie kan zich immers niet laten omverwerpen door haar vijanden die zich op het vrije woord beroepen.

Maar deze rechtvaardigingen met betrekking tot overheidsbemoeienis omtrent de uitingsvrijheid gaan niet over ‘polarisatie’. Polarisatie gaat, de definitie van de NCTV volgend, in de kern immers niet over strafbare of antidemocratische uitingen. Het gaat kennelijk om uitingen die het debat verhitten. Ik kan dan bedenken dat het de NCTV zou gaan om de toon van het debat, het – tot frustratie van de politieke opponent – veelvuldig herhalen van de eigen standpunten of het niet bereid zijn om te luisteren naar de opponent. Maar moet de overheid zich werkelijk bezig houden met zulke fenomenen? Ik meen dat dit conflicteert met het idee van de democratie. De AIVD leek dat standpunt in elk geval in 2006 ook te hanteren.

Daarom overheid, als ik uw definitie van ‘polarisatie’ ruimer heb gelezen dan u bedoelt, scherp deze dan aan. Maar als ik uw definitie wel degelijk goed begrepen heb, reflecteert u dan nog eens over de woorden van Afshin Ellian. ‘Polarisatie’ hoort namelijk bij de democratie.

Lees ook van Bart Collard:

Max Verstappen: de twintig jaar durende opleiding is voltooid
De eeuwige stad Rome is eenzaam, door de coronamaatregelen
Masih Alinejad legt uit waarom westerse mensen geen hoofddoek moeten dragen in Iran

 

 





Source link

Leave a Reply

Your email address will not be published.